• Werken in de natuur werkt !!    

Naam :Aardpeer (Topinamboer)
Beschrijving :

 

 

Aardpeer: een zoete verrassing


Aardpeer of topinamboer behoort tot de familie van de composieten. Het gewas is afkomstig uit Noord- en Midden-Amerika. De knollen bevatten veel suikers in de vorm van fructose. Voor aardpeer is toenemende belangstelling als biologisch product, ook de verwerkende industrie legt een hernieuwde belangstelling aan de dag. Door Kees van WijkPPO-agv, Lelystad

Aardpeer (Helianthus tuberosus L.) wordt gebruikt voor menselijke consumptie, alcoholproductie, productie van zoetstof en als diervoerder. Voor menselijke consumptie worden de knollen na het
eerste groeijaar gebruikt. De knol van aardpeer lijkt enigszins op een aardappel, maar is zoet omdat de koolhydraten vooral bestaan uit inuline in plaats van zetmeel. De knol wordt traditioneel gebruikt bij gourmetten. Aardpeer kan worden gekookt, kort gekookt en vervolgens gebakken of gefrituurd, gestoofd, rauw in salades of worden verwerkt tot puree en in soepen.
De Fransen gebruiken aardpeer wel bij de
productie van wijn en bier. Verder kunnen uit de knol de brandstofalcoholen ethanol en butanol geproduceerd worden. De fructose uit de knol wordt gebruikt als zoetstof. Fructose lost beter op in water dan sucrose en is
anderhalf maal zoeter dan sucrose.

Smaak en voedingswaarde
De knollen zijn zoet door het grote gehalte aan suikers (fructose). Bij jong geoogste exemplaren (november) doet de smaak denken aan artisjokbodem. Rauwe aardpeer bevat circa
17 procent zetmeel (vooral inuline) en suikers, 2 procent eiwit en 1,6 procent vezels.
De voedingswaarde per 100 gram bedraagt
76 kilocalorieën.
De inuline in aardpeer zou de calciumopname in het lichaam bevorderen en de microflora en immuunfunctie van de darmen verbeteren. Vaak wordt aardpeer als gunstig aangemerkt voor suikerpatiënten. Door de meer gelijkmatige omzetting van suikers zou er minder snel een onbalans ontstaan in de suikerspiegel. Door het Voorlichtingsbureau voor de Voeding wordt hieraan weinig waarde gehecht. Het bureau adviseerde op dit punt geen onderscheid te maken tussen de verschillende
koolhydraten.

Teeltperiode en bemesting
De vroege teelt voor levering oktober wordt in maart geplant. Tijdelijke afdekking met bijvoorbeeld vliesdoek is gewenst voor een goede groeistart in een koud voorjaar. De normale teelt wordt vanaf begin april geplant voor oogst in november. Aardpeer kan goed in de grond overwinteren.
Vanwege rooibaarheid hebben zand- of zavelgronden de voorkeur. Op zavelgrond zijn ruggen aan te raden. Wel is de kans op legering bij dit hoog opgaande gewas dan groter. Bij bewaring van het product op het veld is goede afwatering gewenst.
Engelse bronnen gaan uit van een stikstofgift van 50 kilo per hectare minus Nmin. Veel stikstof zou leiden tot sterke vegetatieve groei en minder wortelproductie. Voor fosfaat wordt 0-20 kilo P2O5 per hectare geadviseerd, afhankelijk van de fosfaattoestand. Voor kali geldt 0-80 kilo K2O per hectare, afhankelijk van grondsoort en kalitoestand.

Veel rassen en typen
Internationaal worden veel rassen en typen aangeboden, variërend in schilkleur, gladheid, vorm en zijn al dan niet bloeiend. Ook zijn er diverse ras- en selectienamen, waarbij vaak onduidelijk is of het echt andere selecties betreft. Recente Nederlandse proefresultaten met rassen voor menselijke consumptie zijn niet voorhanden.
Volgens een Amerikaanse teeltbeschrijving is Improved Mammoth French een goede selectie met een gladde knol, uniformer dan andere selecties en gemakkelijk te schonen. In onderzoek van de Universiteit van Florida is het ras French Mammoth White de beste. Andere veel geteelde rassen zijn Fuseau (langwerpige knollen, doorsnede 2,5 centimeter), Smooth Garnet (rode huidkleur) en Golden Nugget (goed te versnijden tot plakken). French Improved en Fuseau wordt in Nederland door diverse handelshuizen aangeboden. Overige hier verkrijgbare rassen zijn Bianka (witte, onregelmatige knol, hoogte 1,5 meter, oogstbaar van
september tot oktober), Rozo (witte, ronde, gladde knol, 3 meter hoog), Waldspindel (paarse, langwerpige, gladde knol, tot
3,5 meter hoog) en Yellow Perfect (witte, iets onregelmatige knol, 3 meter hoog).

Plantgetallen en plantgoed
In Amerika wordt een plantgetal aanbevolen van 2,5 tot 3,5 stuks per vierkante meter. De teelt op ruggen staat vaak op rijenafstand van 75 centimeter. Bij drie planten per vierkante meter wordt de plantafstand in de rij 45 centimeter. Voor een snelle grondbedekking
(minder onkruiddruk) is een rijafstand van
50 centimeter te gebruiken. Dat geeft een afstand in de rij van 67 centimeter bij een plantgetal van 3 stuks per vierkante meter.
Voor aardpeer worden vegetatief vermeerderde, ziektevrije knollen gebruikt van circa
55 gram met twee tot drie ogen. Bij een plantgetal van 3 stuks per vierkante meter is
1.650 kilo per hectare plantgoed nodig. De plantdiepte is, gelijk die van aardappel, 5 à 10 centimeter. Ruggen zorgen voor een betere vochtvoorziening en een meer geconcentreerde plaats van knolvorming. Dat vergemakkelijkt het rooien. De opkomst is tien tot zeventien dagen na planten. Voor het uitlopen van de ogen is een minimale grondtemperatuur van 7 graden Celsius nodig.

Ziekten en plagen
De meest voorkomende ziekte is Sclerotinia. Dat veroorzaakt vroegtijdige verwelking, stengelrot en rot aan de knollen. Zorg voor een minimale rotatie van 1:3 en gebruik geen Sclerotinia-gevoelige gewassen als bonen en kool als voorvrucht. Goede voorvruchten zijn graan en maïs. Meeldauw en roest kunnen voorkomen, maar leiden niet tot grote
productiederving.
Insecten zijn in aardpeer tot nu toe geen probleem. In de Verenigde Staten worden soms stengelboorders aangetroffen, maar die geven geen grote schade. Het jonge blad wordt gegeten door konijnen en hazen. Dat kan na opkomst problemen geven. Bij bewaring op het veld kan muizenvraat optreden. Ook groter wild als herten en reeën eten de knollen als zoete koek.

Onkruidbestrijding
Het gewas groeit vrij snel rechtstandig omhoog. De middengrote bladeren bedekken vrij snel de grondoppervlakte. Zonodig kan onkruid voor opkomst worden afgebrand. In begin kan nog geschoffeld worden. Tijdens de verdere veldgroei kan het onkruid door een à twee keer aanaarden bestreden worden. Herbiciden zijn niet toegelaten.
Aardpeer overwintert zeer goed in de grond. Daardoor kunnen grote onkruidproblemen in een volgteelt ontstaan. Onder andere glysofaat werkt goed tegen opslag op onbeteeld land.

Een of meer oogsttijdstippen
Aardpeer is eenmalig of meermalig te oogsten. Eenmalig oogst gebeurt in de herfst bij uitgegroeid product voor directe levering of bewaring. Meermalige oogst kan door uit het veld te oogsten op vraag uit de markt. Vóór het rooien moeten alle stengels en loof verwijderd zijn. Rooien kan met aangepaste aardappelrooimachines, vanwege de kleinere knolgrootte. Omdat aardpeerknollen vaster aan de stolonen zitten, zijn aanpassing van de openingen tussen de spijlen en een hogere loopsnelheid van de ketting vereist. Voor verse afzet moet rooibeschadiging zo veel mogelijk voorkomen worden. Aardpeer is goed winterhard en kan bij open weer, gedurende de winter worden gerooid. Voor levering tijdens vorst perioden heeft op voorraad oogsten en koelcelbewaring de voorkeur. Bewaard wordt dan bij temperaturen van 1 à 2 graden Celsius en een rv boven 90 procent. Bij een te lage rv is er kans op slap worden en verkleuren. Een hoge rv tijdens de afzet kan bereikt worden in geperforeerde verpakkingen. Een gesloten verpakking geeft snel rot en schimmelvorming.